Over de stichting

Over de stichting

De laatste originele vissersschepen uit de tijd van de zeilende visserij op de Zuiderzee vormen een cultureel erfgoed. Het is jammer als dit soort schepen, vaak met een monumentale status, op het droge worden gezet en de nadagen van hun bestaan moeten slijten in een museum. Ook dit cultureel erfgoed vraagt om belangenbehartiging. Het moet levend blijven door er in deze tijd zinvolle activiteiten mee en omheen te organiseren waardoor er ook voor deze monumenten een toekomst is.

 

Lees hier meer over de historie van de Staverse Jol.


Stichting “De Staverse jol” zet zich vanaf 2012 in om kleine houten vissersschepen te bewaren en een zinvolle invulling te geven aan het bewaren van dit cultureel erfgoed. Zo wordt ieder jaar een aantal keren met traditionele zeilende vissersschepen op duurzame wijze gevist op het IJsselmeer, zoals dat vroeger op de Zuiderzee ook gedaan werd. Het is een idealistisch, enthousiast gebeuren voor stoere kerels en enige vrouwen die zich niet laten afschrikken door lichamelijke inspanning, door water en kou. Dergelijke visserij is uitvoerbaar voor sterke, volwassen mensen. Vooral omdat het varen met botters en aken veel lichamelijke kracht vraagt. Activiteiten met dergelijke schepen zijn bijna automatisch activiteiten voor volwassenen.

Naar onze mening is het enthousiasmeren van jongeren een belangrijke voorwaarde voor het behoud van deze traditionele vissersschepen. Jongeren zijn de toekomst. Als we jeugd willen betrekken bij het behoud van deze schepen en werk op en langs het water in de voormalige Zuiderzeehavens zoals Workum, Hindeloopen en Stavoren en zelfs het kleinste haventje van Europa, Laaxum, dan moet dat met (zeil)scheepjes die voor jongelui hanteerbaar zijn.

 

De Staverse jol is het kleinste volwaardige vissersschip van de Zuiderzee en juist met dat scheepje is relatief eenvoudig te varen. Met een jol van zes meter kunnen ook jonge mensen probleemloos zeilen. Zo’n schip is dus bij uitstek geschikt voor deze activiteiten. De Stichting is twee Staverse jollen rijk; de ST48 en de HL90. Met zorg worden beide jollen onderhouden en met inzet van vrijwilligers, waaronder de Jonge Vissers onder Zeil, slagen we als stichting er al bijna 10 jaar in om om haar kostbare bezit drijvende te houden.

 

Stichting de Staverse jol heeft een culturele ANBI status.

Historie STAVERSE JOL

Staverse jollen zijn vissersscheepjes voor de Zuiderzee. Ze zijn vanaf 1860 door scheepsbouwer Roosjen in Stavoren ontwikkeld voor de plaatselijke aalvisserij. Tussen 1860 en 1880 worden er slechts 8 jollen gebouwd, maar na 1883 worden ze met succes gebruikt voor de vangst van haring en ansjovis en dan verschijnen er in dertig jaar tijd meer dan 200 vissersjollen in de noordelijke Zuiderzee.

Vanaf 1896 worden deze vissersjollen ook gebouwd in Gaastmeer, door de gebroeders Wildschut. Die zijn in dat jaar hun vaste klanten kwijtgeraakt van het onderhoud aan palingaken en ‘ielbûsen’. Wildschut begint met succes houten vissersjollen te bouwen en vanaf 1904 ijzeren jollen. Na de Eerste Wereldoorlog worden er geen nieuwe vissersjollen meer gebouwd.

In Stavoren verkoopt Ids Strikwerda zijn werf in 1918 en in Gaastmeer emigreren twee gebroeders Wildschut en koopt de derde broer, Jetze, in 1924 de werf. Hij schakelt met zijn zoon Lourens over op jachtbouw en bouwt niet alleen BM-ers, maar ook veel jachtjollen: d.w.z. Staverse jollen met een kajuitje voor de pleziervaart.

Overigens is de naam ‘Staverse jol’ pas later aan deze scheepjes gegeven. Roosjen en Strikwerda adverteren (tot 1917) met de bouw van “Stavorensche sloepen en visschersjollen”. Met die laatste scheepjes werden de huidige Staverse jollen bedoeld.

 

De vorm van de jol

De merkwaardige vorm van de jol is door Roosjen ontwikkeld in samenspraak met de gebruikers, de vissers in Stavoren, Molkwerum en Laaksum. Die willen geen gewone sloep zoals Roosjen gewend is te bouwen op de werf in Hindeloopen, maar een sterk zeilschip dat optimaal geschikt is voor het gebruik langs de kust. Met volledig gladde boorden (zodat de netten gehaald konden worden zonder kans op beschadiging langs uitsteeksels of berghouten). Boorden die bovendien naar binnen buigen (zoals het boeisel bij platbodems), wat het werk aan en met de netten gemakkelijker maakt.

Met een ondiepe kiel om te kunnen zeilen, die bovendien doorloopt over de gehele lengte van het schip, waardoor het schip rustig op het roer ligt, weinig diepgang heeft en gemakkelijk op het droge te trekken is. Achteraf moeten we vaststellen, dat de ontwikkeling van de Staverse jol door Roosjen een bijzonder innovatief project is geweest. De typische kenmerken van de jol (geheel gladde boorden, naar binnengebogen en de lange kiel) komen in die tijd bij geen enkel ander regionaal bekend vaartuig voor.

Onze Jollen

ST48

In 1894 wordt de Stavoren 48 (de Jonge Berend) gebouwd, op de Staverse werf van Roosjen. Douwe Roosjen en Gerben Strikwerda komen van de Wijbrandswerf in Hindeloopen, waar zij gewend zijn Hindeloopersloepen en -jollen te bouwen. Onder invloed van de wensen van de Staverse vissers ontwikkelt Roosjen een nieuw type vissersjol, die er uit ziet als een lompe, zwaar gebouwde eikenhouten sloep, met naar binnen gebogen boorden. Helemaal glad, karveel gebouwd, dus niet overnaads maar nog duidelijk verwant aan de Hindelooper sloep en de Hindelooper jol die aan de basis hebben gestaan van deze vissersjollen in Stavoren.

 

De jol wordt gebouwd voor plaatsgenoot Gerrit Mulder. De afmetingen van het scheepje zijn 6,25 x 2,25 m. De jol kreeg aanvankelijk het visserijnummer ST49. Na bijna twintig jaar vissen op haring en ansjovis, deed Gerrit in 1911 de jol over aan zijn zoon. Deze kreeg visserijnummer ST13. Maar na een aantal slechte vangsten vroeg Mulder jr. een ander nummer aan: en dat werd ST48. Dit kon niet voorkomen dat zoonlief het scheepje in oktober van datzelfde jaar alweer verkocht, aan Wietse Visser te Stavoren. Wietse Visser viste er mee tot 1924. En op 19 september 1924 werd het vissersscheepje uitgeschreven uit het Centraal Visserijregister.

Daarna werd de jol verhuurd aan de heer Pieterman op Urk. Deze viste ermee als UK219. In die tijd is de jol vermoedelijk met een botter mee geweest als nettenboot en in het ijs geraakt. De vissers zijn met de botter naar Urk teruggekomen, maar de jol moesten ze op zee achterlaten. Wonder boven wonder werd de jol in het volgende voorjaar onbeschadigd teruggevonden in een ijsschots bij Werkendam.

HL90

De HL90 (it Seeblomke) is in 1901 gebouwd op de Wildschutwerf in Gaastmeer. De jol heeft van 1901 tot ca. 1923 vanuit Laaksum gevist onder nummer HL71, bij de familie Joh. A. Vogelzang en het laatste jaar bij Hendrik en Gerlof Vogelzang. In 1923 neemt Hendrik C. de Boer de jol over en krijgt die de registratie ST22.
Omstreeks 1932 gaat het scheepje over naar de recreatie. Er wordt een kajuit op gezet en jarenlang vaart de familie Polderman ermee. Tot de jol in 1998 gekocht wordt door Carel Römelingh die de kajuit eraf laat halen en de jol laat verbouwen tot de vissersjol die ze was. In 2013 schenkt Carel Römelingh de jol voor een symbolisch bedrag aan de stichting.  


In 2016 laten we de HL90 restaureren op Scheepswerf de Hoop. Een duidelijk verschil in vergelijking met de ST48 is de mooi ronde, bolle kop. De afmetingen van het scheepje zijn: 6,60 x 2,70 x 0,90 m.

ORGANISATIE

BESTUUR

VOORZITTER

Annegreet van 't Hul

SECRETARIS

Piety Bouma

PENNINGMEESTER

Cara Batteké

2e SECRETARIS

Henk de Haas

ONDERHOUD

Jan Griek