Stichting De Staverse Jol

Originele vissersschepen

ST48

In 1894 wordt de Stavoren 48 gebouwd, op de Staverse werf van Roosjen. Douwe Roosjen en Gerben Strikwerda komen van de Wijbrandswerf in Hindeloopen, waar zij gewend zijn Hindeloopersloepen en -jollen te bouwen. Onder invloed van de wensen van de Staverse vissers ontwikkelt Roosjen een nieuw type vissersjol, die er uit ziet als een lompe, zwaar gebouwde eikenhouten sloep, met naar binnen gebogen boorden. Helemaal glad, karveel gebouwd, dus niet overnaads maar nog duidelijk verwant aan de Hindelooper sloep en de Hindelooper jol die aan de basis hebben gestaan van deze vissersjollen in Stavoren.

 

De jol wordt gebouwd voor plaatsgenoot Gerrit Mulder. De afmetingen van het scheepje zijn 6,25 x 2,25 m. De jol kreeg aanvankelijk het visserijnummer ST49.

 

Na bijna twintig jaar vissen op haring en ansjovis, deed Gerrit in 1911 de jol over aan zijn zoon. Deze kreeg visserijnummer ST13. Maar na een aantal slechte vangsten vroeg Mulder jr. een ander nummer aan: en dat werd ST48. Dit kon niet voorkomen dat zoonlief het scheepje in oktober van datzelfde jaar alweer verkocht, aan Wietse Visser te Stavoren. Wietse Visser viste er mee tot 1924. En op 19 september 1924 werd het vissersscheepje uitgeschreven uit het Centraal Visserijregister.

 

Daarna werd de jol verhuurd aan de heer Pieterman op Urk. Deze viste ermee als UK219. In die tijd is de jol vermoedelijk met een botter mee geweest als nettenboot en in het ijs geraakt. De vissers zijn met de botter naar Urk teruggekomen, maar de jol moesten ze op zee achterlaten. Wonder boven wonder werd de jol in het volgende voorjaar onbeschadigd teruggevonden in een ijsschots bij Werkendam.