Stichting De Staverse Jol

Originele vissersschepen

Geschiedenis

Staverse jollen zijn vissersscheepjes voor de Zuiderzee. Ze zijn vanaf 1860 door scheepsbouwer Roosjen in Stavoren ontwikkeld voor de plaatselijke aalvisserij. Tussen 1860 en 1880 worden er slechts 8 jollen gebouwd, maar na 1883 worden ze met succes gebruikt voor de vangst van haring en ansjovis en dan verschijnen er in dertig jaar tijd meer dan 200 vissersjollen in de noordelijke Zuiderzee.

Vanaf 1896 worden deze vissersjollen ook gebouwd in Gaastmeer, door de gebroeders Wildschut. Die zijn in dat jaar hun vaste klanten kwijtgeraakt van het onderhoud aan palingaken en 'ielbûsen'. Wildschut begint met succes houten vissersjollen te bouwen en vanaf 1904 ijzeren jollen. Na de Eerste Wereldoorlog worden er geen nieuwe vissersjollen meer gebouwd.

 

In Stavoren verkoopt Ids Strikwerda zijn werf in 1918 en in Gaastmeer emigreren twee gebroeders Wildschut en koopt de derde broer, Jetze, in 1924 de werf. Hij schakelt met zijn zoon Lourens over op jachtbouw en bouwt niet alleen BM-ers, maar ook veel jachtjollen: d.w.z. Staverse jollen met een kajuitje voor de pleziervaart.

 

Overigens is de naam 'Staverse jol' pas later aan deze scheepjes gegeven. Roosjen en Strikwerda adverteren (tot 1917) met de bouw van "Stavorensche sloepen en visschersjollen". Met die laatste scheepjes werden de huidige Staverse jollen bedoeld.

 

De vorm van de jol

De merkwaardige vorm van de jol is door Roosjen ontwikkeld in samenspraak met de gebruikers, de vissers in Stavoren, Molkwerum en Laaksum. Die willen geen gewone sloep zoals Roosjen gewend is te bouwen op de werf in Hindeloopen, maar een sterk zeilschip dat optimaal geschikt is voor het gebruik langs de kust. Met volledig gladde boorden (zodat de netten gehaald konden worden zonder kans op beschadiging langs uitsteeksels of berghouten). Boorden die bovendien naar binnen buigen (zoals het boeisel bij platbodems), wat het werk aan en met de netten gemakkelijker maakt.

 

Met een ondiepe kiel om te kunnen zeilen, die bovendien doorloopt over de gehele lengte van het schip, waardoor het schip rustig op het roer ligt, weinig diepgang heeft en gemakkelijk op het droge te trekken is. Achteraf moeten we vaststellen, dat de ontwikkeling van de Staverse jol door Roosjen een bijzonder innovatief project is geweest. De typische kenmerken van de jol (geheel gladde boorden, naar binnengebogen en de lange kiel) komen in die tijd bij geen enkel ander regionaal bekend vaartuig voor.